Slagroomtoefjes op bloemetjestextiel, een foto van een verjaardagstaart, parelmoerknoopjes op een witte ondergrond, een bitterkoekje als reliêf op het doek geplakt, of slagroomspuiten die als kleine miniatuurstandbeelden op de rand van een schilderij opgesteld staan. Het zijn elementen in het werk van Marja van Putten met een 'banaal' karakter, die associaties oproepen met een wereld van geborgenheid en huiselijke gezelligheid.
Tegelijkertijd doen de werken formeel aan: dunne lijnen geven een geometrische vlakverdeling aan, waarbinnen cijfers, een vierkant of cirkel getekend zijn. Soms zeer exact geschilderd, andere keren zijn ze slechts summier aangeduid en losjes geschilderd om zo het strakke ritme van de geometrische vlakken te doorbreken. Andere werken, ook 'schilderijen' genoemd, bestaan louter uit rechthoekige spieramen die omwikkeld zijn met textiel waarop meestal verf is aangebracht. De spieramen vormen zo geen strak kader meer, maar krijgen lets lichamelijks en lijken een zelfstandig leven te leiden: een confrontatie van koele, rationele vormen niet beelden die een emotionele kwaliteit hebben. Het gelijktig gebruik van formele en 'banale' elementen in het werk is niet toevallig. Marja van Putten werkt met een systeem waarin verschillende gebieden op een gelijkwaardig niveau samengebracht worden. Het ene gebied is dat van de diversiteit, complexiteit, huiselijkheid en geborgenheid. In het andere gebied heersen rationaliteit, eenduidigheid, macht en agressie. Deze gebieden worden tegen elkaar uitgespeeld, om ze uiteindelijk In hun confrontatie boven hun eigen beperkingen te laten uitstijgen. Een werk als Standbeeld I, schild uit 1991 bijvoorbeel, bestaat uit aan elkaar gestikte katoenen jurkjes, als schilderslinnen over een spieraam uitgestrekt. Het geheel is bronskleurig, monochroom beschilderd. Het zachte textiel heeft het karakter van hard en koud brons, waarmee dit schilderij tegelijkertijd een beeldhouwwerk geworden is. Datzelfde principe van transformatie is ook toegepast in Sokkel II uit 1992 waar verschillende slagroomspuitjes en een vlaggetje op de rand van een schilderij opgesteld staan. De titel zegt het al: door deze kleine ingreep is het schilderij tot sokkel geworden. De thematiek in het werk van Marja van Putten, waarin dubbelzinnigheid en het doorbreken van een bepaalde ordening en hiêrarchie een rol spelen, komt op zeer humoristische wijze naar voren in de serie geênsceneerde foto's met de titel Het Melkmeisje van Vermeer uit 1993. Hier figureert de kunstenares als het Melkmeisje van Vermeer in exact dezelfde omgeving als Vermeer dat ooit schilderde, met dit verschil dat het melkmeisje hier geen melk schenkt, maar in plaats daarvan het tafelkleed en de vloer heeft gedecoreerd met roze en witteslagroomtoefjes. Marja van Putten toont hier haar bewondering voor de wijze waarop Vermeer een ode brengt aan een dienstmeisje. Tegelijkertijd ironiseert ze dit gegeven door de omgeving te decoreren. Vermeers schilderij is immers niet alleen een ode, maar ook een bestendiging van een situatie waarin de vrouw haar plaats gewezen wordt. Luchtig en humoristisch stelt Marja van Putten in haar werk vragen omtrent de wijze waarop wij ons vaak al te gemakkelijk laten inkapselen door allerlei systemen. Systemen die overigens ook binnen de beeldende kunst bestaan. Door die systemen te verbeelden en deze tegelijkertijd te doorbreken, weet zij te bereiken dat ook de kijker zijn eigen grenzen en beperkingen gaat ondervragen. Of, om het met de beroemde woorden van Frank Stella te zeggen: 'Art Is to change what you expect from it'. Artscript, Fré Meljer, 1993